Overpeinzing: nieuwe richting voor de economie.

Algemene economie zit redelijk eenvoudig in elkaar. Er zijn drie productie factoren: Arbeid, Kapitaal en Grondstoffen. Verder steunt het economisch model op de schaarste van goederen, ofwel de moeite die je moet doen om iets te verkrijgen, hetzij door er geld voor te betalen danwel door arbeid. Dan gaat ook de markt van vraag en aanbod een rol spelen.

De situatie waarin wij (Nederland, als onderdeel van een groter geografisch Europa) ons bevinden is een merkwaardige. Er is geen gebrek aan goederen: sterker, er is overvloed aan van alles. Kapitaal is er wel, maar de bomen groeien niet meer tot in de hemel. Dat komt omdat het vertrouwen wat wij in ons economisch systeem hadden een flinke klap heeft gekregen. We hebben de laatste jaren op de pof geleefd en moeten nu die rekeningen nog betalen. Een aantal van onze vrienden hebben er een potje van gemaakt! (Dat wisten we eigenlijk toen ook al wel, maar we kozen om er niets van te zeggen. Of nog sterker, we hebben ze geholpen in het blinde vertrouwen dat het wel goed zou komen) Nu kunnen onze vrienden de rekening aan ons ook niet meer betalen en zitten we zelf krap bij kas.

Grondstoffen worden iets problematischer. We hadden vroeger kolen, ijzer, landbouwgrond en kennis waarmee we mooie dingen konden bouwen: Vliegtuigen, schepen en auto´s.  Dat voegden we dan samen met de arbeid die we verrichte, zoveel zelfs dat we gastarbeiders moesten binnenhalen om aan de benodigde productievraag te voldoen.

Onze salarissen zijn hoog te noemen, zeker in internationaal verband.  Arbeid is gewoon duur in Nederland, en in heel Noord-Europa. Het is interessant om op algemeen niveau te onderzoeken wat de verhouding is tussen overbetaald en overgewicht. Wel moet gezegd worden dat wij een productief volkje zijn. Mede door ons gematigde klimaat en nuchtere mentaliteit kennen we een productie per mensuur die zijn weerga niet kent.

Met al onze kennis en productiemiddelen hebben we veel geld kunnen verdienen. Een groot deel van dat geld kwam trouwens uit de grond: ons aardgas. ´Ons ben zuunig´ dus het geld is goed geïnvesteerd in infrastructuur. Ook dat hebben we nog uit de VOC tijd overgehouden. Het verdiende geld goed besteden: Nederland ligt er dan ook mooi bij. Alleen hebben we onszelf ook erg goed beloond. We zitten er warmpjes bij. Onze pensioenpotten zijn goed gevuld en verstandig belegd. De gezondheidszorg in Nederland is zo goed dat we al tijden in de top tien van beste landen staan.

In economisch opzicht hebben we nu een uitdaging: Nederland is af! Als je boven op een berg staat kan je alleen nog maar naar beneden, dat is de wet van de remmende voorsprong. Onze kosten zijn hoog door de uitgebreide gezondheidszorg (waarmee we generaliserend de mensen in leven houden die niet bijdragen aan de opbouw van de economie en daardoor langer meer geld kosten)  en efficiënte infrastructuur. Onze grondstoffen zijn op en wat we van ver halen, is ook door anderen erg gewenst dus duur. Onze arbeid is duurder dan die in de lage loon landen waardoor we alleen kunnen exporteren als er een sterke toegevoegde waarde in de goederen zit of we het erg efficiënt kunnen bouwen.

De primaire en secundair sectoren (grondstoffen en maakindustrie) zijn zo goed als verdwenen uit Nederland, en heel Europa heeft het hier moeilijk mee. De tertiaire sector (commerciële dienstverlening) is het paard waarop we hebben gewed, want de quartaire sector (niet-commerciële dienstverlening) kost alleen maar geld. Nu is die  laatste sector flink aan het groeien. Enerzijds door de aanbod zijde want er kan steeds meer en anderzijds door de vraagzijde want we willen steeds meer en langer. Helaas doet de commerciële dienstverlening alleen goed als die diensten verleend worden aan een sector die goed draait en geld verdient. Juist, die hebben we niet meer zo veel als voorheen.

Waar is het fout gegaan: we hebben geloofd in een systeem van groei tot in de hemel. Er zal altijd wel weer een nieuwe vernieuwing zijn waar vraag naar is. Die is er ook wel, alleen komt die niet bij onszelf vandaan.

Bij een organisatie die zijn doel heeft bereikt kan je twee dingen doen. Je heft jezelf op wegens gebrek aan bestaansredenen of je stelt jezelf een nieuw doel. Na het stellen van doel moet je je afvragen wat je nodig hebt om dat doel te bereiken. Het betekend ook dat je los laat wat je niet meer nodig hebt om je doel te bereiken. Het wordt dus tijd voor keuzes.

Recente berichten